In de zomer van 1944 bleek dat de burgers van Normandië een hoge prijs moesten betalen voor de vrijheid. In de loop van juli – toen de confrontaties het felst waren – stonden meer dan twee miljoen soldaten in Normandië tegenover elkaar (twee keer zoveel als alle toenmalige bewoners van de Manche en de Calvados bij elkaar).

Het aantal burgerslachtoffers was groot; om aan de bommen te ontsnappen vluchtten mensen in kelders, steengroeven en loopgraven… Ze vluchtten over wegen die gevaarlijk geworden waren door de beschietingen vanuit de lucht.

Een slag die drie maanden duurde

De Slag om Normandië duurde bijna drie maanden, veel langer dan de strategen van het leger voorzien hadden. De bevrijding van de gemeenten verliep langzaam en stroef. De Normandiërs zagen de bevrijders komen waar ze zo lang op hadden gewacht. Maar de gevechten en bombardementen hadden zoveel schade en verdriet aangericht dat het moeilijk was om onbevangen van de vrijheid te genieten. Toch werden de bevrijders overal warm verwelkomd door de bevolking, de geallieerden leerden cider en calvados kennen en de Normandiërs ontdekten weer de smaak van chocolade en sigaretten.

Pas in september 1944 bevrijd

Doordat de Slag om Normandië zo lang duurde moesten veel gemeenten die verder van de kust af lagen lang wachten op de komst van de troepen. Pas op 15 augustus was het hele departement Manche bevrijd. Op 21 augustus was het departement Orne bevrijd. In de Calvados is Honfleur de laatste bevrijde gemeente: dat gebeurt op 25 augustus. De steden Vernon en Rouen werden eind augustus bevrijd, Dieppe op 1 september en Le Havre op 12 september 1944.

De Normandiërs zagen de bevrijders komen waar ze zo lang op hadden gewacht. 

  • Toevoegen aan bladwijzer