De dranken uit Normandië maken een maaltijd nóg lekkerder: zowel in een glas aan tafel als bij gebruik in de keuken (meestal in combinatie met boter of room). Maar hoe goed ken je ze eigenlijk? Onze kenners vertellen je graag meer over onze cider, pommeau, calvados, poiré en Bénédictine.
De cider, een ‘gouwe ouwe’ die weer in de mode komt


Cider schijnt al heel lang te bestaan. Of de Normandiërs dit drankje hebben uitgevonden? Dat is niet zeker, ook de Basken en de Bretonnen zouden het als eerst gemaakt kunnen hebben. Maar feit is dat het al in de oudheid bestond én dat in Normandië vandaag de dag de meeste cider gemaakt wordt. Dankzij de bodem, het klimaat en de vele appelsoorten, is de kwaliteit uitstekend.
Producten gebruiken voor cider vooral bittere en bitterzoete appels. Ze worden vanaf half september geoogst. Daarna worden ze vermalen tot een soort appelmoes en daarna kan het persen beginnen, zo krijg je het eerste sap. Daarna wordt het sap gezeefd en gaat de drank gisten. De natuurlijke giststoffen komen in actie en de suiker verandert in alcohol. Een magisch proces! De cider krijgt een natuurlijk schuim en er zitten bubbels in. Na het bottelen gaat het gisten trouwens gewoon door.

Je hebt zoete, fruitige en volle soorten cider, heerlijk bij visgerechten, kip en kalkoen en met name ook bij een kaasplank met kazen uit Normandië!
Om de unieke kennis van het maken van cider te beschermen, hebben drie gebieden een eigen appellation:
- Cidre du pays d’Auge (AOC* sinds 1996)
- Cidre Cotentin (AOC sinds 2016)
- Cidre du Perche (AOC sinds oktober 2020)
* appellation d’origine contrôlée
De Calvados, een echt Normandische drank

Er zijn bewijzen van dat deze drank al sinds 1553 wordt gemaakt. De heer van Gouberville, die in de Cotentin woonde, schreef in zijn dagboek over ‘het distilleren van cider om er brandewijn van te maken.’
Vandaag de dag wordt de productie beschermd door drie AOC’s: de calvados, de calvados Pays d’Auge en de calvados domfrontais. Maar wat zijn de verschillen?
- De calvados is het resultaat van een destilleerproces in een kolomketel.
- Voor de AOC Pays d’Auge is een dubbele distillatie nodig (bijna 18 tot 20 uur stoken). Het gebied waar dit mag is heel klein.
- De domfrontais herken je aan de eigenschappen van de bodem (schiste en graniet uit het Massif Armoricain), er moet minstens 30% poiré in en er wordt één keer gedistilleerd. Deze drank vertegenwoordigt 1% van de totale productie van calvados.

Als de calvados uit de ketel komt, is het alcoholpercentage 70°. Dat is niet het beste moment om het te proeven. Hierna moet de drank rijpen in eikenhouten vaten, in een koele donkere kelder. Na een tijdje ontstaan de heerlijke aroma’s, zo ontstaat voor elk domein een unieke smaak (met een alcoholpercentage van ongeveer 40°). In de fles rijpt de drank niet meer door. Hij is dan perfect op smaak.
De Pommeau, cider en calvados in één fles


Pommeau is voor calvados wat Pineau des Charentes is voor cognac. Ingedikt appelsap wordt vermengd met calvados (die minstens een jaar is gerijpt en een alcoholpercentage heeft van 65%). De gist en de bacteriën stoppen dan met fermenteren. Daardoor stabiliseren de suikers en het alcoholpercentage en de drank rijpt gedurende 14 maanden in een eikenhouten vat.
Sinds 1991 heeft de pommeau de Normandie een AOC. In 2020 gingen er meer dan 600 000 flessen over de toonbank. Een groot succes! In de keuken is het een heerlijke smaakmaker bij recepten met oesters, sint-jakobsschelpen of in een verfijnde appeltaart.
De poiré domfront, bruisend en verfijnd


In het gebied van de Domfrontais, groeien aan meer dan 100 000 perenbomen meer dan 25 000 ton peren per jaar. De AOC is 40 gemeenten groot, in drie departementen, de Manche (Normandië), de Mayenne en de Orne (ook Normandië). De Plant de blanc, een kleine, sappige en zure peer wordt het meest gebruikt. Zoals bij cider, gaat het gisten heel langzaam, het duurt 3 tot 4 maanden. De bubbels ontstaan helemaal natuurlijk.
De bubbels zijn klein en subtiel, de kleur is iets tussen zilver en intens goudkleurig in, de smaak is rond, maar ook verfrissend, een verrassende smaakexplosie. Onze tip: drink het in een champagneglas, direct uit de koelkast (10°). De poiré is ook lekker in cocktails.
De Bénédictine, mysterieus en zonder appel!

Als je in Fécamp bent, mag je het bombastische bouwwerk van het Palais Bénédictine (in een neogotische en neo-renaissancistische stijl) echt niet missen. Achter de deuren en de monumentale trap wordt een groot geheim bewaard: het recept van de Bénédictine likeur.
Het recept zou dateren uit 1510 en afkomstig zijn van een benedictijner monnik. Eeuwen later vond wijnhandelaar Alexandre Le Grand het recept terug! Hij was een slimme marketeer en maakte van het drankje een van de beroemdste likeuren ter wereld. In het drankje zitten 27 kruiden en plantenextracten, het is lekker in een cocktail, als aperitief of in desserts. Je kunt het Palais Bénédictine ‘gewoon’ bezoeken, maar je kunt ook meedoen aan een workshop cocktails maken. Wat ijsblokjes, citroen, een beetje shaken en het resultaat is geweldig.
Deze Normandische dranken hebben nu geen geheimen meer voor je. Je hoeft dus nog maar één ding te doen: te proeven hoe ze smaken.
Alcohol is slecht voor je gezondheid, drink met mate.